Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant sub 1],
[appellant sub 2],
[appellante sub 3],
[appellante sub 4],
mr. Ivan Reyns,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de pacht van een perceel dat de vader van partijen in 2003 heeft gekocht en dat door de zoon in gebruik is genomen. De zoon vorderde vaststelling van pacht voor dit perceel, terwijl de andere erfgenamen dit betwistten. In eerste aanleg werd de vordering toegewezen, maar het hof ging in hoger beroep nader in op de bewijsvoering.
Het hof constateerde dat de zoon onvoldoende bewijs had geleverd van een overeengekomen tegenprestatie voor het gebruik van het perceel. Betalingen die als pacht werden opgevoerd waren onduidelijk, deels onleesbaar en niet gespecificeerd naar de verschillende percelen. Ook ontbrak een bewijsaanbod in hoger beroep. Diverse griefpunten van de erfgenamen werden gegrond verklaard.
Gelet op het ontbreken van voldoende bewijs vernietigde het hof het eerdere vonnis en wees de vordering af. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de familierelatie tussen partijen. Hiermee is bevestigd dat er geen pachtovereenkomst bestond voor het betreffende perceel.
Uitkomst: De vordering tot vaststelling van pacht voor het perceel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een overeengekomen tegenprestatie.