Uitspraak
1.Bureau Jeugdzorg Flevoland,
advocaat: mr. K.A.M. Rademaker-Ramaekers, kantoorhoudend te Lelystad;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 22 juli 2014 uitspraak gedaan in hoger beroep over de ontheffing van het ouderlijk gezag van de vader over zijn minderjarige kind, dat het syndroom van Asperger heeft. De vader was samen met de moeder tot de beschikking gezamenlijk gezagdrager, maar het gezag werd door de rechtbank ontheven en BJZ benoemd tot voogd. De vader betwistte deze beschikking en kwam in hoger beroep.
Uit het dossier en de zitting bleek dat het kind sinds 2009 uit huis geplaatst is en bij pleegouders verblijft, waar het kind een positieve ontwikkeling doormaakt. Het kind heeft specifieke opvoedingsbehoeften vanwege zijn diagnose Asperger, waaronder behoefte aan voorspelbaarheid en structuur. De vader heeft in het verleden afstand genomen van het kind en wordt door het hof onvoldoende geschikt geacht om aan deze behoeften te voldoen. De communicatie tussen vader en kind verloopt moeizaam en de vader vraagt soms te veel van het kind.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind bij continuïteit, veiligheid en duidelijkheid zwaarder weegt dan het belang van de vader bij voortzetting van het gezag. De tijdelijke maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn onvoldoende om de dreiging voor het kind af te wenden. Daarom wordt de ontheffing van het gezag van de vader bekrachtigd. Het hof benadrukt dat de vader ondanks de ontheffing een belangrijke rol in het leven van het kind blijft vervullen, zij het op afstand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag van de vader over het kind vanwege zijn ongeschiktheid om de zorg en structuur te bieden die het kind met Asperger nodig heeft.