Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak ging het om het hoger beroep van de vader tegen de ondertoezichtstelling van zijn dochter, [minderjarige 3], die door de kinderrechter was bevolen. De vader had zijn dochter erkend maar beschikte niet over het gezag. Het hof oordeelde dat ook een ouder zonder gezag, die het kind mede verzorgt en opvoedt, ontvankelijk is in een dergelijk verzoek.
Het hof stelde vast dat de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd was. Er waren ernstige zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder, de complexe gezinssituatie en het turbulente verleden tussen de ouders. De vader weigerde mee te werken aan hulpverlening en er was sprake van conflicten tussen de ouders die de stabiliteit van de zorg voor het kind bedreigden.
Het hof concludeerde dat de zedelijke, geestelijke belangen en gezondheid van [minderjarige 3] ernstig werden bedreigd en dat andere middelen onvoldoende waren gebleken om die bedreiging af te wenden. Daarom werd de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd en de ondertoezichtstelling gehandhaafd tot 30 december 2014.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] en verklaart de vader ontvankelijk in zijn hoger beroep.