Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de stichting machtigde tot uithuisplaatsing van haar kinderen. Het hof oordeelt dat het hoger beroep tegen de deelbeschikking van 29 oktober 2013 niet-ontvankelijk is vanwege overschrijding van de termijn.
De moeder heeft echter wel belang bij toetsing van de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing over de periode van 15 februari 2014 tot 26 mei 2014, aangezien de kinderen inmiddels weer bij haar verblijven. Het hof beoordeelt of de machtiging tot uithuisplaatsing over deze periode terecht is verleend.
Op basis van adviezen van GGNet en rapportages van hulpverleners concludeert het hof dat de moeder adequaat functioneert en er geen noodzaak meer was voor uithuisplaatsing vanaf medio februari 2014. De stichting heeft onvoldoende onderbouwd dat de uithuisplaatsing noodzakelijk was. Het hof vernietigt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing vanaf 15 februari 2014 en wijst het verzoek van de stichting af.
Uitkomst: Hoger beroep tegen deelbeschikking niet-ontvankelijk verklaard en machtiging uithuisplaatsing vanaf 15 februari 2014 vernietigd.