Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De grieven
“partijen er kennelijk van uit gingen dat ook de financiering rond was of naar alle waarschijnlijkheid in orde zou komen.”
4.De vaststaande feiten
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
Per 1 september 2009 is, mede op ons verzoek, een nieuwe CFO aangetrokken.”), en dat [geïntimeerde 1] de stellingname van de banken niet naast zich kon neerleggen, gezien de noodzakelijke medewerking van die banken om de precaire financiële situatie van het concern door te komen.
“Zodra de financiering voor [naam] verzekerd is stellen wij een opvolger voor u aan. Mocht de financiering niet lukken dan blijft u in uw huidige functie onder de huidige voorwaarden.”, maar [appellant] heeft niet gesteld dat anders dan met instemming van beide partijen een detachering bij [geïntimeerde 2] - met het in overwegende mate verrichten van werkzaamheden voor de food tak (lees: [naam 2]) - tot stand is gekomen, waarna een opvolger voor [appellant] als CFO bij [geïntimeerde 1] is aangesteld. Onder die omstandigheden geldt naar het oordeel van het hof het slot van de brief: “
(…) Indien onverhoopt de detachering (…) eindigt, zullen wij ons als goed werkgever inspannen een voor u -gelet op uw huidige en nieuwe functie respectievelijk uw (anciënniteit) rechten- passende wijze een nieuwe invulling van uw arbeidsovereenkomst overeen te komen. (…)”
€ 4.580,-(1 punt x tarief VIII)