Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste instantie
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling van het verzoek tot rolvoeging
dinsdag 22 juli 2014voor memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de vennootschap naar Duits recht, appellante, hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Leeuwarden waarin zij werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan geïntimeerde. Tegelijk met de memorie van grieven heeft appellante een verzoek tot rolvoeging ingediend om deze procedure te koppelen aan een andere lopende procedure tussen dezelfde partijen en een derde partij.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot rolvoeging geen incident is maar een verzoek dat bij rolbeschikking moet worden beslist. Gezien de inhoudelijke verwevenheid van beide procedures acht de rolraadsheer een administratieve koppeling aangewezen om uiteenlopende beslissingen te voorkomen en het procesverloop op elkaar af te stemmen.
Hoewel formeel-juridisch geen grondslag bestaat voor rolvoeging, behoudt elke procedure haar zelfstandigheid en blijven de procespartijen gescheiden. De zaak wordt verwezen naar de rol om de voortzetting van de procedure te faciliteren. De beschikking is uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juni 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot rolvoeging wordt toegewezen en de procedures worden administratief gekoppeld.