Uitspraak
1.[de moeder],
2.[Y],
3.[X],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
Trb. 1951, 154).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man verzocht de rechtbank om de ontkenning van het vaderschap van X, dat uit het huwelijk voortvloeit, gegrond te verklaren en het vaderschap van Y gerechtelijk vast te stellen. De rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat de wettelijke termijn van drie jaar na meerderjarigheid was verstreken. Het hof oordeelde echter dat het vasthouden aan deze termijn in deze omstandigheden een ongerechtvaardigde inmenging is in het familie- en gezinsleven van de man en daarmee strijdig is met artikel 8 EVRM Pro.
De man was al sinds zijn jeugd op de hoogte dat Y zijn biologische vader was en heeft een langdurige affectieve relatie met Y opgebouwd. De juridische vader X ontkent het vaderschap en stemt in met de vaststelling van het vaderschap van Y. Tevens is gebleken dat de man psychisch zwaar heeft geleden door de situatie en mishandelingen binnen het gezin.
Het hof vernietigde de erkenning van het vaderschap van X en stelde het vaderschap van Y gerechtelijk vast op basis van DNA-onderzoek en verklaringen. Tevens werd de geslachtsnaam van de man gewijzigd in die van Y en werd de geboorteakte aangepast met latere vermeldingen. Het hof wees het meer of anders verzochte af en verzocht de griffier de beschikking aan de burgerlijke stand te zenden.
Uitkomst: De erkenning van het vaderschap van X wordt vernietigd en het vaderschap van Y wordt gerechtelijk vastgesteld met wijziging van de geslachtsnaam.