Uitspraak
HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Locatie Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
de man,
[de vrouw],
de vrouw,
Het geding in eerste aanleg
Het geding in hoger beroep
€ 697,- per maand dient te betalen, voor het eerst te indexeren per 1 januari 2013 en als bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw een bedrag van € 1.859,- bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, en de man te veroordelen in de kosten van de procedure in hoger beroep, waaronder de kosten van haar advocaat.
De beoordeling
De vaststaande feiten
€ 4.500,- bruto per maand betaalt, bij vooruitbetaling te voldoen;
1 september 2011.
[in 2012].
€ 48.033,73 aan de vrouw;
€ 35.931,50, ofwel € 17.965,75;
€ 786,59, ofwel € 393,30.
.
f110.000,-. Bovendien volgt uit de jaarrekeningen dat deze lening volledig is afgelost. Op grond van artikel 1:141 lid 1 BW Pro wordt vermoed dat deze lening is afgelost met overgespaarde inkomsten, zodat de waarde van het winkelgedeelte in beginsel dient te worden verrekend.
f365.000,-, ofwel € 165.629,78. Gebleken is dat dit pand volledig is gefinancierd met een hypothecaire geldlening, te weten met een lening van
f110.000,- ten aanzien van het winkelgedeelte en een lening van
f255.000,- ten aanzien van het privégedeelte. Tevens is naar voren gekomen dat daarvan in totaal een bedrag van
€ 78.863,77 (
f110.000,-, ofwel € 49.915,82, ten aanzien van het winkelgedeelte en € 28.947,95 ten aanzien van het privégedeelte) is afgelost.
((€ 78.863,77 / € 165.629,78) x € 246.000,-=) € 117.131,64, waarvan de man de helft aan de vrouw, zijnde afgerond € 58.566,- aan de vrouw dient te vergoeden.
f57.000,-, waarvan de hypothecaire lening van
f30.000,- grotendeels door de man is afgelost. De man voert daartoe het volgende aan. De vrouw heeft in 1989 het pand aan de [adres] te [plaats 1] aangekocht voor een bedrag van
f40.000,-. De aankoop van het pand werd grotendeels gefinancierd met een hypothecaire geldlening van
f30.000,-, welke lening door partijen gezamenlijk is aangegaan. De man oefende zijn onderneming uit in het pand aan de [adres] te [plaats 1] en betaalde aan de vrouw huur voor het gebruik van het pand. In totaal heeft hij over de jaren 1990 tot en met 1993 een bedrag van
f26.700,- aan huur betaald. Nu de hypothecaire geldlening van
f30.000,- met deze huurinkomsten is afgelost, is deze lening met overgespaarde inkomsten afgelost. Het pand aan de [adres] te [plaats 1] is op 2 december 1993 verkocht en bracht bij de verkoop
f57.000,- op. De man is van mening dat hij recht heeft op de helft althans een groot deel van deze opbrengst, nu deze mede het gevolg is van financiering uit overgespaarde inkomsten.
f30.000,- is afgelost met overgespaard inkomen, kan hiervan volgens de vrouw geenszins sprake zijn voor wat betreft de periode tot
[in 1991], aangezien partijen op die datum zijn gehuwd en hun inkomsten vanaf dat moment pas conform de huwelijkse voorwaarden jaarlijks dienen te worden verrekend.
€ 1.500,- aan rente heeft voldaan in verband met deze lening. Nu de vrouw te kennen heeft gegeven dat zij het op dit punt met de man eens is, zal het hof het verzoek van de vrouw tot betaling van een bedrag van € 250,- ter zake achterstallige rente over het jaar 2011 door de man aan haar, afwijzen.
€ 58.566,-.
€ 100.342,- (€ 105.842,33 - € 5.500,-) aan de vrouw dient te voldoen.
Ten aanzien van de partneralimentatie
De ingangsdatum
€ 631,- per maand. Derhalve zal het hof bij de bepaling van het netto gezinsinkomen tevens rekening houden met dat bedrag.
(€ 3.332,- + € 631,- + € 778,- =) € 4.741,- per maand.
€ 726,- per maand.
1 april 2009, een arbeidsovereenkomst had voor 4 uren in de week, in de functie van doktersassistente. Gebleken is dat de vrouw haar uren vanaf het uiteengaan van partijen een aantal keren heeft uitgebreid. Met ingang van medio 2012 is zij een arbeidsovereenkomst van 20 uren per week als praktijkondersteuner aangegaan. Vanaf 1 oktober 2012 werkt zij 28 uren per week in die functie. Tevens staat vast dat de vrouw de zorg heeft voor de minderjarige zoon van partijen.
€ 2.683,- bedroeg, in 2010 € 2.683,-, in 2011 € 1.820,- en in 2012 € 8.915,-. Derhalve zal het hof, zoals de man heeft gesteld, rekening houden met een gemiddelde investeringsaftrek van afgerond € 4.025,- ((€ 2.683,- + € 2.683,- +
€ 1.820,- + € 8.915,-) / 4).
€ 800,- van de rekening-courant van de onderneming van de man is afgeschreven, daartoe onvoldoende. Naar het oordeel van het hof had het op de weg van de man gelegen een huurovereenkomst over te leggen.
€ 20.069,12, ofwel € 1.672,43 per maand. Het hof zal een bedrag van in totaal afgerond € 938,- per maand (€ 339,88 + € 598,40) in de draagkrachtberekening opnemen onder de post "woonlasten". In het kader van de betaling van € 894,35 aan gemeentelijke belastingen zal het hof rekening houden met een forfaitair bedrag aan overige eigenaarslasten van € 95,- per maand, nu niet is gebleken dat van een hoger bedrag dient te worden uitgegaan. De overige door de man betaalde lasten, te weten in totaal een bedrag van afgerond € 639,- per maand (€ 1.672,43 - € 938,- - € 95,- per maand), zal het hof in aanmerking nemen onder post 134, "overige kosten".
€ 1.087,- per maand beschikbaar voor partneralimentatie.
De beslissing
mr. G.K. Schipmölder, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 22 mei 2014 in bijzijn van de griffier.