Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de correctie van de premieaftrek voor lijfrente in haar aangifte inkomstenbelasting 2008. De Inspecteur had het belastbaar inkomen verhoogd omdat de door belanghebbende opgevoerde lijfrentepremies aan de BV niet in aanmerking konden worden genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting werd het hoger beroep gezamenlijk behandeld met dat van haar echtgenoot.
Het hof oordeelde dat de BV, waaraan de premies zouden zijn betaald, niet kan worden aangemerkt als een verzekeraar in de zin van artikel 3.126, eerste lid, van de Wet IB 2001. Belanghebbende kon onvoldoende feiten stellen om dit te onderbouwen, waardoor de correctie van de Inspecteur terecht was.
Ook de heffingsrente werd bevestigd omdat belanghebbende hiertegen geen zelfstandige gronden had aangevoerd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.