Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.Slotsom
€ 2.682,- (3 punten x tarief 2)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante, minderjarige over wie Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant de voogdij uitoefende van december 1998 tot februari 2003, vordert een verklaring voor recht dat de stichting onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor materiële en immateriële schade.
De stichting was belast met de voogdij na het overlijden van appellantes moeder en plaatste haar bij verschillende pleeggezinnen en leefgroepen. Appellante verwijt de stichting onder meer nalatigheid in toezicht, onvoldoende contact, het niet adequaat reageren op problematische situaties bij pleeggezinnen en het niet begeleiden naar zelfstandigheid.
Het hof onderzoekt de feiten, waaronder de hulpverlenings- en pleegzorgplannen, screenings en de rol van verschillende voogden. Het oordeelt dat de stichting haar taken niet onrechtmatig heeft uitgevoerd, ondanks enkele tekortkomingen zoals de late opstelling van het hulpverleningsplan en het ontbreken van overleg over het vervolg voogdijplan.
De overige grieven van appellante, die voortbouwen op de stelling van onrechtmatigheid, falen eveneens. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Almelo en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellante af.