Uitspraak
1.[de moeder],
1.de stichting William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die hen ontheft van het gezag over hun minderjarige dochter, die vermoedelijk lijdt aan het Foetaal Alcoholsyndroom en autisme. De minderjarige verblijft sinds 2010 bij pleegouders en is onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreigingen in haar thuissituatie.
Het hof overweegt dat de ouders ongeschikt en onmachtig zijn om te zorgen voor de specifieke zorgbehoeften van hun dochter. Ondanks het verzet van de ouders acht het hof de uitzonderingsgrond van artikel 1:268 lid 2 BW Pro van toepassing, omdat de langdurige uithuisplaatsing onvoldoende is om de ernstige bedreiging voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de minderjarige af te wenden.
De continuïteit en hechting in het pleeggezin zijn cruciaal voor de ontwikkeling van de minderjarige. Het hof wijst het verzoek van de ouders af om het gezag te herstellen en bekrachtigt de eerdere beschikking, waarbij BJZ tot voogd is benoemd. De belangen van de minderjarige staan voorop en rechtvaardigen de ontheffing van het gezag.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag over de minderjarige wegens ongeschiktheid van de ouders en het belang van continuïteit in de pleegzorg.