Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een tandarts en directeur-grootaandeelhouder van een bv, stelde zijn woning ter beschikking aan deze bv, die de tandartspraktijk drijft. Na verhuizing in 2005 stond de woning leeg, maar werd de praktijkruimte verhuurd aan de bv. De Inspecteur legde een voorlopige aanslag op waarbij het voordeel uit deze terbeschikkingstelling werd belast.
Belanghebbende voerde aan dat de woning niet aan de bv was verhuurd en dat de aangiften door zijn gemachtigden onjuist waren ingevuld zonder zijn medeweten. Het hof oordeelde dat uit de aangiften, correspondentie en het feit dat de bv huur betaalde via verrekening in de rekening-courant, blijkt dat de woning ter beschikking is gesteld.
Het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst doet niet af aan het oordeel, aangezien een mondelinge overeenkomst volstaat. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd om het tegendeel aannemelijk te maken. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.