Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden en hebben een gezamenlijk kind geboren in 2007. De man en vrouw zijn gezamenlijk belast met het gezag over het kind. De man is directeur en enig aandeelhouder van een holding en heeft een inkomen van circa €86.000 bruto per jaar. De vrouw werkt als haptotherapeut en freelance docent en heeft een lager inkomen.
De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €640 per maand. De man kwam in hoger beroep met elf grieven, onder andere over de berekening van de behoefte van het kind, de draagkracht van beide ouders en de toepassing van nieuwe richtlijnen voor kinderalimentatie. Het hof hanteerde de tabel van de Werkgroep Alimentatienormen en stelde de behoefte van het kind in 2012 vast op €790 en in 2013 op €719 na aftrek van het kindgebonden budget.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op €889 per maand en die van de vrouw op €323 per maand. Naar rato hiervan moet de man €527 per maand bijdragen vanaf de datum van de beschikking. Het hof wees het verzoek tot uitsluiting van wettelijke indexering af en compenseerde de proceskosten. De eerdere beschikking werd vernietigd voor het vervolg vanaf de datum van deze uitspraak.
Uitkomst: De man dient vanaf de datum van deze beschikking €527 per maand te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.