ECLI:NL:GHARL:2013:CA3144
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting 2005 wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende was vennoot van een vennootschap onder firma en kreeg voor 2005 ambtshalve aanslagen inkomstenbelasting en premie Zfw opgelegd. Hij diende zijn aangifte pas in na de wettelijke termijn, waarna de Inspecteur zijn bezwaren wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaarde. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat zijn bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk waren verklaard en dat hij recht had op zelfstandigenaftrek. Het Hof oordeelde dat de aanslagen correct waren bekendgemaakt aan het adres van belanghebbende, dat de bezwaartermijn was verstreken en dat het bezwaarschrift te laat was ingediend. De toezegging van de Inspecteur om toch bezwaar te mogen maken na termijnoverschrijding kon geen vertrouwen wekken.
Het Hof bevestigde dat belanghebbende niet tijdig bezwaar had gemaakt en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding om de uitspraak van de Rechtbank te vernietigen. De boetebeschikking werd gehandhaafd en het beroep tegen de heffingsrente was eveneens ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding bevestigd.