ECLI:NL:GHARL:2013:CA1419
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoekers niet-ontvankelijk in verzoek tot vergoeding rechtsbijstand na termijnoverschrijding
In deze zaak dienden verzoekers een verzoekschrift in tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in een klaagschriftprocedure ex artikel 591a Sv. De klacht betrof de inbeslagname van een geldbedrag tijdens een doorzoeking in de woning van verzoekers. De rechtbank had de klacht ongegrond verklaard. Later bepaalde het gerechtshof dat het geldbedrag aan verzoekers moest worden geretourneerd.
Verzoekers dienden echter hun verzoek tot vergoeding niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na het onherroepelijk worden van de beslissing op het klaagschrift in. De advocaat-generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Verzoekers stelden dat de termijn pas moest gaan lopen na het onherroepelijk worden van het arrest in de strafzaak tegen hun zoon.
Het hof oordeelde dat de termijn strikt moet worden toegepast en dat het verzoek daarom niet-ontvankelijk is. De omstandigheid dat het hof later de teruggave van het geldbedrag gelastte, geeft geen nieuwe termijn voor het indienen van het verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand. Het verzoek werd afgewezen wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandkosten.