ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9376
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wederrechtelijke belaging ondanks contactpogingen
Verdachte werd beschuldigd van het stelselmatig en wederrechtelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door herhaaldelijk telefonisch, sms- en chatcontact te zoeken met het oogmerk het slachtoffer te dwingen of vrees aan te jagen. Het contact tussen verdachte en slachtoffer was sinds 2004 intensief en wisselde in frequentie en initiatief.
Het hof stelde vast dat het initiatief tot contact zowel van verdachte als van het slachtoffer uitging en dat het contact niet zonder meer als wederrechtelijk kon worden aangemerkt. Na een mail van het slachtoffer op 19 augustus 2010 waarin zij aangaf geen contact meer te willen, zocht verdachte toch contact via sms en bezocht hij de omgeving van haar woning, waarna hij werd aangehouden.
Desondanks oordeelde het hof dat deze contactpogingen, gezien de context van de eerdere contacten, niet voldoende waren om te concluderen dat verdachte stelselmatig en opzettelijk inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging van belaging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van belaging wegens ontbreken van wederrechtelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.