ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9323
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten na overlijden verdachte in hoger beroep
De zaak betreft een verzoek van de erfgenamen van een overleden verdachte tot vergoeding van kosten gemaakt in het strafproces, waaronder rapportages van een recherchebureau en een forensisch psycholoog, alsmede kosten van de raadsman.
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld voor seksueel binnendringen en verkrachting van een minderjarige. Hij stelde hoger beroep in, maar overleed voordat het hof uitspraak kon doen. Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overlijden, waardoor de zaak eindigde zonder strafoplegging.
De erfgenamen vroegen vergoeding van gemaakte kosten op grond van artikel 591 en Pro 591a Sv. Het hof oordeelde dat de rapportages het belang van het onderzoek niet hadden gediend omdat ze pas na het vonnis waren opgesteld en niet gebruikt konden worden. Ook vond het hof geen gronden van billijkheid voor vergoeding van de raadsman, mede vanwege de bekennende verklaring van de verdachte.
Uiteindelijk wees het hof het verzoek grotendeels af en kende slechts een beperkte vergoeding toe voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoekschrift.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten af wegens het ontbreken van billijkheidsgronden, behalve een beperkte vergoeding voor de kosten van het verzoek.