ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8986
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- P. van Kesteren
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak witwassen wegens onvoldoende bewijs van criminele herkomst geldbedragen
In deze zaak stond verdachte terecht voor witwassen van meerdere geldbedragen, waaronder USD 625.000,-, USD 62.564,07 en USD 570.000,-, die via zijn onderneming [bedrijf] zouden zijn overgemaakt. Het hof onderzocht uitgebreid de bewijsvoering, waaronder verklaringen van medeverdachten, tapgesprekken, administratieve documenten en de zakelijke relatie tussen verdachte en zijn zakenpartner.
De verdediging voerde aan dat de bedragen legaal waren geïnvesteerd in de autosportcarrière van een derde en deels afkomstig waren uit vastgoedactiviteiten. Het hof concludeerde dat het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs had geleverd om met zekerheid te stellen dat de gelden uit misdrijf afkomstig waren. Diverse verklaringen en documenten konden niet overtuigend aantonen dat de geldstromen crimineel waren.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde witwassen. Het verzoek om aanvullende getuigen te horen werd niet behandeld vanwege de vrijspraak. Hiermee bevestigde het hof het fundamentele bewijsvereiste dat de criminele herkomst van geldbedragen buiten redelijke twijfel moet worden vastgesteld om tot een veroordeling te komen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs van criminele herkomst van de geldbedragen.