ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8744
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken beslissende invloed bij vermeende onttrekking minderjarige aan ouderlijk gezag
De verdachte stond terecht wegens het vermeend onttrekken van haar minderjarige dochter aan het wettig gezag van de vader door het niet verstrekken van informatie over de verblijfplaats van het kind in december 2009.
Het hof oordeelt dat de dochter sinds 4 december 2009 uit huis was geplaatst door Engelse autoriteiten en onder tijdelijk gezag stond van deze instanties, waardoor verdachte geen beslissende invloed meer had op haar verblijfplaats. Dit weerlegt het element van onttrekking zoals bedoeld in de tenlastelegging.
Daarnaast is vastgesteld dat verdachte pas vanaf 9 december 2009 op de hoogte was van het feit dat de vader alleen het gezag had gekregen, maar zij heeft de uithuisplaatsing en verblijfplaats van de dochter niet gemeld tot 17 december 2009. Ondanks dit verzwijgen, acht het hof dit niet voldoende voor een veroordeling.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis en spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde. De zaak wordt opnieuw behandeld vanwege een andere bewijswaardering, maar de vrijspraak blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde onttrekken van haar dochter aan het wettig gezag.