ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8350
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- H. van Loo
- H.M. Wattendorff
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijk ontslag wegens onvoldoende onderbouwing door werknemer
Appellant was sinds zijn indiensttreding werkzaam bij Rijnstad, waarbij zijn beheersing van de Nederlandse taal onvoldoende was voor de vereiste functie-eisen. Rijnstad heeft hem begeleid met cursussen en coaching en een herplaatsingstraject ingezet toen zijn functie kwam te vervallen.
Appellant vorderde in eerste aanleg een verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk was, stellende dat Rijnstad een valse of voorgewende reden gebruikte en dat het ontslag disproportionele gevolgen voor hem had. Het kantonrechter vonnis wees deze vorderingen af.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn ontslag onterecht was en dat Rijnstad tekort was geschoten in haar zorgplicht. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om de kennelijke onredelijkheid te onderbouwen. Rijnstad had het disfunctioneren uitgebreid gemotiveerd en aangetoond dat passende maatregelen en herplaatsingspogingen waren gedaan. Het hof bevestigde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en wijst het hoger beroep af.