ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6288
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot loonbetaling door oorspronkelijke werkgever na payrollovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of de oorspronkelijke werkgever na het aangaan van een payrollovereenkomst nog verplicht was loon te betalen aan de werknemer voor de dagen dat hij bij hem werkte. De werknemer had een arbeidsovereenkomst met de oorspronkelijke werkgever gesloten, die vervolgens werd vervangen door een payrollovereenkomst met Apollo Personeelsdiensten. De werknemer vorderde loonaanvulling tot het CAO-niveau voor de periode dat hij feitelijk bij de oorspronkelijke werkgever werkte.
De kantonrechter had geoordeeld dat de oorspronkelijke werkgever niet in zijn bewijs was geslaagd dat de arbeidsovereenkomst vóór aanvang van de werkzaamheden was beëindigd. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat het bestaan van een payrollovereenkomst met Apollo niet automatisch betekende dat de arbeidsovereenkomst met de oorspronkelijke werkgever was geëindigd.
Het hof bepaalde dat de oorspronkelijke werkgever moest bewijzen dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden was beëindigd. Indien dit niet kon worden bewezen, bleef de oorspronkelijke werkgever gehouden tot loonbetaling voor de dagen waarop de werknemer bij hem werkte. Het hof stond nadere bewijslevering toe, waaronder het horen van getuigen, en hield verdere beslissing aan.
Daarnaast behandelde het hof diverse grieven over de toepasselijke CAO, loonberekeningen, wettelijke verhogingen en loonspecificaties, waarbij het hof grotendeels de eerdere beoordeling van de kantonrechter bevestigde. De zaak werd gesplitst in bewijslevering en verdere procedure, waarbij het hof de belangen van beide partijen zorgvuldig afwoog.
Uitkomst: De oorspronkelijke werkgever moet bewijzen dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd; anders blijft hij gehouden tot loonbetaling voor de gewerkte dagen.