ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5526
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- B.J.H. Hofstee
- R.Ch. Verschuur
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verrekening ondernemingsvermogen en privé-inbreng na bedrijfsovername
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de verrekening van vermogensbestanddelen binnen een onderneming centraal, na de overname van het aandeel van vader door appellant in 1989. Het hof bevestigt de waarde van de onderneming op €597.189,80 per 8 november 2004, zoals eerder door de rechtbank vastgesteld.
Appellant stelde dat de overname van het aandeel van zijn vader tegen boekwaarde heeft plaatsgevonden en niet tegen het in de notariële akte genoemde bedrag, waarbij een leningsovereenkomst met zijn vader de betaling verving. Getuigenverklaringen en boekhoudkundige gegevens ondersteunen dit standpunt, waardoor het hof oordeelt dat de werkelijke overnamesom gebaseerd was op de boekwaarde. Daarnaast is vastgesteld dat een deel van de lening is afgelost met privévermogen van appellant, terwijl het restant deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen.
Verder is vastgesteld dat opbrengsten uit verhuur van onroerende zaken en de verkoop van het melkquotum deels in de onderneming zijn geïnvesteerd. Het hof wijst de vorderingen van appellant tot terugbetaling van eerder betaalde bedragen af en bepaalt dat appellant aan geïntimeerde een bedrag van €106.046,13 moet voldoen. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Appellant moet €106.046,13 aan geïntimeerde betalen wegens verrekening van ondernemingsvermogen en privé-inbreng na bedrijfsovername.