ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2002
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen wegens onjuiste aangifte en exploitatie onroerende zaken
Belanghebbende is navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2001 tot en met 2004 wegens het niet vermelden van buitenlandse banktegoeden, effecten en inkomsten uit onroerende zaken in haar aangiften. Zij stelde duurzaam gescheiden te leven van haar echtgenoot, wat door het Hof niet werd aangenomen op basis van getuigenverklaringen.
De onroerende zaken werden gezamenlijk geëxploiteerd en de werkzaamheden gingen verder dan normaal vermogensbeheer, wat resulteerde in het aanmerken van de voordelen als resultaat uit overige werkzaamheden. De navorderingsaanslagen zijn correct berekend en de Rechtbank had deze terecht bevestigd.
Belanghebbende vorderde tevens immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en onzorgvuldig handelen van de Inspecteur. Het Hof achtte het hoger beroep ongegrond, maar zag aanleiding het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over de immateriële schadevergoeding.
De kostenveroordeling werd niet toegewezen omdat de Inspecteur niet onzorgvuldig had gehandeld gezien het omvangrijke dossier en de onjuiste gegevens van belanghebbende. Het hoger beroep werd op 12 februari 2013 in het openbaar uitgesproken door het Hof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de navorderingsaanslagen en heffingsrente en heropent het onderzoek voor immateriële schadevergoeding.