ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1829
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.M. Makkinga
- M.M.A. Wind
- R.Ch. Verschuur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek inzage persoonsgegevens curator faillissement wegens vertrouwelijkheid boedel
In deze civiele zaak vordert appellant op grond van artikel 35 en Pro 46 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) dat de curator in het faillissement van een besloten vennootschap hem schriftelijk meedeelt of persoonsgegevens van hem worden verwerkt, en dat hij inzage krijgt in die gegevens. De curator weigert dit op grond van artikel 43 aanhef Pro en sub e Wbp, omdat het belang van een vertrouwelijk beheer van de failliete boedel en de bescherming van derden dit vereist.
De rechtbank Groningen wees het verzoek af en het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt deze beslissing. Het hof overweegt dat de curator als verantwoordelijke in de zin van de Wbp mag weigeren inzage te verlenen indien dit noodzakelijk is ter bescherming van de betrokkene of rechten van anderen. De curator behartigt de belangen van de gezamenlijke schuldeisers en vertrouwelijkheid is essentieel voor het beheer van de boedel, onder meer in verband met onderzoek naar paulianeuze handelingen en bestuurdersaansprakelijkheid.
Appellant voerde aan dat het weigeren van inzage zonder rechterlijke toetsing onrechtmatig is en in strijd met Europese richtlijnen en het EVRM, maar het hof oordeelt dat de Wbp de richtlijn 95/46 correct implementeert en dat de rechter-commissaris toezicht houdt op de curator. Het beroep van appellant wordt daarom ongegrond verklaard en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van appellant tot inzage in persoonsgegevens door de curator af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.