ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1428
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- R.A.V. Boxem
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonbelasting pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd inzake een pseudo-eindheffing over een excessieve vertrekvergoeding aan haar voormalig CEO. De Inspecteur had de aanslag gebaseerd op een wettelijke regeling die per 1 januari 2009 in werking trad en materieel terugwerkende kracht heeft, doordat loon uit 2008 werd betrokken bij de berekening.
Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de regeling strijdig is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM vanwege de materiële terugwerkende kracht en het ontbreken van overgangsrecht en een tegenbewijsregeling.
Het hof oordeelde dat de regeling inderdaad materiële terugwerkende kracht heeft en dat dit in het concrete geval leidt tot een individuele en buitensporige last, waardoor de regeling in strijd is met het EVRM. Daarom werd de naheffingsaanslag verminderd tot het bedrag zonder het loon uit 2008. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd wegens strijdigheid van materiële terugwerkende kracht met het EVRM.