ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1024
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.J. Deuring
- G. Dam
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid geweld en dood in Club Q Noardburgum
In hoger beroep is verdachte vrijgesproken van het opzettelijk deelnemen aan een aanval of vechterij en het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen Redmar Smedema in Club Q te Noardburgum. Het hof oordeelde dat het wild dansen, springen en beuken niet kan worden aangemerkt als geweld en dat er geen bewijs is dat verdachte of zijn medeverdachten Smedema hebben geslagen of geschopt.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie het gelijkheidsbeginsel had geschonden door alleen verdachte en zijn medeverdachten te vervolgen, maar het hof verwierp dit verweer op basis van het opportuniteitsbeginsel en het ontbreken van willekeur.
De verklaringen van getuigen waren wisselend en tegenstrijdig, waardoor het hof deze niet betrouwbaar achtte. De enige getuige die verklaarde te hebben gezien wie Smedema sloeg, kon dit niet overtuigend aantonen. Ook het schoppen van Smedema kon niet wettig en overtuigend bewezen worden.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig is bevonden aan de ten laste gelegde feiten. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en sprak verdachte vrij van de feiten onder 1 en 2.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van deelname aan aanval en openlijk geweld tegen Redmar Smedema.