ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0379
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uitleg van SAR-overeenkomst en waardering van aandelen bij beëindiging dienstverband
In deze civiele procedure staat de uitleg van een Stock Appreciation Rights (SAR) overeenkomst centraal, waarbij de participant aanspraak maakt op een bedrag op basis van de waardestijging van aandelen in de vennootschap Netwerk.
De participant vordert betaling van een bedrag op grond van verschillende vestigingsmomenten, waaronder de overdracht van aandelen aan een derde en het einde van zijn arbeidsovereenkomst. De rechtbank had de vorderingen afgewezen, maar het hof vernietigt dit tussenvonnis en behandelt de zaak zelf.
Het geschil spitst zich toe op de toepassing van een formule in de SAR-overeenkomst voor het bepalen van de reële marktwaarde van de aandelen, met name de vraag welk bedrag aan rentedragend vreemd vermogen als noodzakelijk moet worden beschouwd. Het hof oordeelt dat een bedrag van € 8.162.000 als noodzakelijk rentedragend vreemd vermogen moet worden aangemerkt, waardoor de reële marktwaarde lager is dan de uitoefenprijs.
Hierdoor is het verschil negatief en heeft de participant geen recht op een uitbetaling. Het hof wijst de vorderingen af en veroordeelt de participant in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de participant af en veroordeelt hem in de proceskosten.