ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0265
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens resultaat uit overige werkzaamheden bij onroerendezaaktransacties
Belanghebbende, werkzaam in financiële administratie en samen met A betrokken bij een besloten beleggingsmaatschap, heeft in 2004 een perceel bosgrond (het C-terrein) gekocht en binnen korte tijd met aanzienlijke winst doorverkocht. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op, waarbij het behaalde voordeel werd aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur niet bevoegd was tot navordering en dat er sprake was van ambtelijk verzuim.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet hoefde te twijfelen aan de juistheid van de aangifte en dat de leveringsakten niet bekend waren bij de Inspecteur, zodat geen sprake was van ambtelijk verzuim. Verder was het voordeel uit de onroerendezaaktransacties terecht als resultaat uit overige werkzaamheden aangemerkt, omdat de aankoop met het oogmerk van wederverkoop en winst was gedaan. De vastgoeddeskundige B beschikte over bijzondere kennis die aan belanghebbende kon worden toegerekend.
De stellingen van belanghebbende dat L in 2003 geen interesse had in het terrein werden niet aannemelijk geacht. Het Hof concludeerde dat het voordeel redelijkerwijs voorzienbaar was en dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.