ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0261
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslagen omzetbelasting ondanks melding betalingsonmacht
Belanghebbende, bestuurder van A B.V., werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting, vergrijpboetes, heffingsrente en kosten over de jaren 2005 tot en met 2010. Hoewel belanghebbende tijdig betalingsonmacht meldde voor een deel van de aanslagen, stelde de Belastingdienst hem aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, waaronder het voeren van ondeugdelijke administratie.
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat hij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen op het niet langer aansprakelijk worden gesteld voor het deel van de naheffingsaanslag waarvoor tijdig betalingsonmacht was gemeld. Dit zou blijken uit een hoorgesprek met de Belastingdienst en een schriftelijke waarschuwing uit 2009.
Het hof oordeelde dat geen rechtsgeldig vertrouwen was gewekt. De Belastingdienst had expliciet gesteld dat de aansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur ook voor de naheffingsaanslag bleef gelden. Belanghebbende werd bijgestaan door een ervaren gemachtigde die bekend was met de wetgeving. Het hof vond dat het aan belanghebbende was om verdere duidelijkheid te verkrijgen tijdens het hoorgesprek.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak onderstreept dat een tijdige melding van betalingsonmacht niet automatisch leidt tot ontslag van aansprakelijkheid van bestuurders wanneer sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkstelling van de bestuurder ondanks tijdige melding betalingsonmacht.