ECLI:NL:GHARL:2013:BY9392
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige velling van eikenbomen
In hoger beroep is onderzocht of verdachte in de periode van december 2008 tot februari 2009 in Winterswijk ongeveer dertien inlandse eiken heeft geveld anders dan door dunning, zonder voorafgaande melding zoals vereist door de Boswet. De verdachte, directeur van het landgoed, gaf aan dat de kap volgens het beheersplan gebeurde en geen melding nodig was.
Getuigen-deskundigen verschilden van mening over de kwalificatie van de kap: de inspecteur van de Boswet stelde dat dertien bomen onrechtmatig waren geveld, terwijl andere deskundigen spraken van bosrandbeheer of dunning. De juridische vraag was of de kap als velling anders dan door dunning kon worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat sprake was van velling anders dan door dunning. De verklaringen van deskundigen waren tegenstrijdig en de inspecteur onderbouwde zijn oordeel onvoldoende per boom.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde. Hiermee werd bevestigd dat de kap binnen de grenzen van de Boswet viel en geen strafbaar feit opleverde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij eiken heeft geveld anders dan door dunning zonder vereiste melding.