ECLI:NL:GHARL:2013:BY8097
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Pensioenfonds kan bij dwangbevel slechts aanmaningskosten vorderen, geen buitengerechtelijke incassokosten
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of een pensioenfonds bij een dwangbevel buitengerechtelijke incassokosten mag vorderen naast aanmaningskosten. Het hof overwoog dat op grond van artikel 21 lid 1 van Pro de Wet Bpf alleen aanmaningskosten naast premie, rente en boete kunnen worden gevorderd. Het begrip aanmaningskosten moet niet ruim worden geïnterpreteerd, waardoor de door het pensioenfonds gevorderde deurwaarders- en buitengerechtelijke kosten niet onder dit begrip vallen.
Het hof sloot aan bij artikel 2 van Pro de Kostenwet Invordering Rijksbelastingen, waarin voor het verzenden van een aanmaning een bedrag van €15,- geldt. Het pensioenfonds had zeven aanmaningen verzonden, waardoor de aanmaningskosten op €105,- werden vastgesteld. Het hof vernietigde het dwangbevel voor zover meer dan dit bedrag aan kosten werd gevorderd.
De stichting had producties overgelegd met annotaties van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar deze leidden niet tot een ander oordeel. De overige grieven van appellant werden afgewezen. De appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, aangezien de stichting haar vordering aanvankelijk niet juist had onderbouwd.
Het arrest bevestigt dat pensioenfondsen bij dwangbevel slechts beperkte kosten mogen vorderen en benadrukt de strikte interpretatie van aanmaningskosten in deze context.
Uitkomst: Het hof beperkte de buitengerechtelijke incassokosten tot €105,- en vernietigde het dwangbevel voor zover hogere kosten waren gevorderd.