Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
€ 350,81
€ 1.932,81
€ 397,22
€ 3.079,22
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen twee erfgenamen over de verdeling van de nalatenschap van hun overleden vader. De nalatenschap omvatte onder meer een woning en een auto. Verweerder heeft de woning bewoond en de auto gebruikt zonder volledige vergoeding te betalen.
In eerste aanleg wees de rechtbank een deel van de vorderingen af, waaronder de woonlasten en gebruiksvergoeding van de woning. Verzoekster ging in hoger beroep en stelde dat verweerder meer verschuldigd was dan de reeds betaalde bedragen. Het hof oordeelde dat er geen duidelijke wilsovereenstemming was over de hoogte van de vergoeding, maar stelde een redelijke vergoeding vast op €550 per maand.
Verder werd de auto aan verweerder toegewezen, waarbij hij een bedrag van €1.500,- aan verzoekster moest betalen wegens overbedeling. Verweerder werd ook veroordeeld tot betaling van wegenbelasting, een boete en een voorschot dat verzoekster voor hem had voldaan. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het saldo van de ervenrekening werd verdeeld met verrekening van de verschuldigde bedragen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot medewerking aan de uitvoering van het arrest onder dwangsom.
Uitkomst: Het hof stelt de verdeling van de nalatenschap vast, wijst gebruiksvergoeding toe en veroordeelt verweerder tot betaling van diverse bedragen aan verzoekster.