Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Locatie Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
de man,
[geïntimeerde],
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel inzake de vaststelling van kinderalimentatie voor drie minderjarige kinderen. De man verzocht om vernietiging van de beschikking en stelde dat zijn bijdrage nihil moest zijn. De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend, maar wel mondeling verweer gevoerd.
Het hof heeft de feiten van de rechtbank overgenomen en de ingangsdatum van de alimentatie vastgesteld op 12 april 2013. De kern van het geschil betrof de behoefte van de kinderen, de draagkracht van beide ouders en de verdeling van de kosten. Het hof paste de sinds 1 januari 2013 geldende richtlijnen van de Werkgroep Alimentatienormen toe, waarbij het netto besteedbaar gezinsinkomen tijdens de samenleving als uitgangspunt werd genomen.
De man is tennisleraar en zijn inkomen werd vastgesteld door middeling van de bedrijfsresultaten over meerdere jaren, met een correctie voor een niet representatief jaar. De draagkracht van de vrouw werd gebaseerd op haar arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het hof concludeerde dat de man zijn verdiencapaciteit niet volledig benut en verhoogde daarom zijn draagkracht vanaf 1 januari 2014.
De behoefte van de kinderen werd berekend op €543,46 per maand, en de verdeling van de kosten werd vastgesteld naar rato van de draagkracht van de ouders. Er werd rekening gehouden met een zorgkorting van 15% voor het jongste kind vanwege beperkte omgang. Uiteindelijk bepaalde het hof de bijdrage van de man op €132 per kind per maand vanaf 1 januari 2014 en bekrachtigde het de eerdere beschikking voor de periode daarvoor.
Uitkomst: De bijdrage van de man in de kinderalimentatie is vastgesteld op €132 per kind per maand vanaf 1 januari 2014.