Uitspraak
[appellant],
NAM,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De vordering en beoordeling in eerste aanleg
JAR2004,68 (ECLI:NL: HR:2004:AM2312 -
hof).
5.De eiswijziging in hoger beroep
6.Bespreking van de grieven
rief Ibetoogt hij dat hij in 2007 onder druk akkoord is gegaan met de wijziging van zijn EBAS-arbeidsvoorwaarden in de arbeidsvoorwaarden van de categorie Local +. Die druk bestond uit het feit dat weigering tot gevolg zou hebben dat hij werd teruggeplaatst naar het Verenigd Koninkrijk zonder concrete functie en met de mogelijkheid van ontslag.
grief IIwordt betoogd dat zijn in 3.8 bedoelde klacht niet volgens het juiste protocol is onderzocht.
Grief IIIkeert zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat NAM geen onjuiste methode hanteert voor de berekening van het pensioengevend salaris. In
grief IVberoept [appellant] zich op ongelijke behandeling en handelen van NAM in strijd met goed werkgeverschap en in strijd met redelijkheid en billijkheid, zoals bedoeld in art. 6:248 BW Pro.
Grief Vtenslotte keert zich tegen de slotoverweging waarin de vordering van [appellant] wordt afgewezen en wordt geoordeeld dat hij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld.