Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende parkeerde zijn auto op 4 januari 2012 in de [a-straat] te Heerenveen en kocht om 14:02 uur een parkeerticket met een geldigheidsduur tot 14:20 uur. De parkeercontroleur bracht echter om 13:58 uur een naheffingsaanslag aan wegens het ontbreken van een zichtbaar parkeerticket. Belanghebbende stelde dat hij vanwege zijn leeftijd en mobiliteitsbeperkingen recht had op een redelijke termijn om het ticket te kopen en dit achter de voorruit te leggen, en dat hij werd opgehouden door een gesprek met een kennis.
De heffingsambtenaar stelde dat de controleur vooraf had geconstateerd dat niemand bij de parkeerautomaten was en dat belanghebbende niet direct na het parkeren het ticket had gekocht. Het Hof oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie de parkeerbelasting bij aanvang van het parkeren voldaan moet zijn, met een korte redelijke termijn om het ticket te kopen. Het gesprek met de kennis viel hier niet onder. De waarnemingen van de controleurs werden als voldoende aannemelijk beschouwd.
Gelet op de feiten achtte het Hof het aannemelijk dat belanghebbende niet direct na het parkeren het ticket kocht en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting bevestigd.