ECLI:NL:GHARL:2013:8922
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.P. Bordes
- M. Otte
- P.L.M. van Gorkom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijspraak mensenhandel en deelname criminele organisatie na hoger beroep
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo waarin verdachte werd vrijgesproken van mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie. Het openbaar ministerie had tegen deze vrijspraak hoger beroep ingesteld en vorderde een gevangenisstraf van 12 maanden voor bepaalde feiten.
Het hof heeft uitgebreid onderzocht of verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van slachtoffers en of hij deelnam aan een criminele organisatie. Uit de wetsgeschiedenis en de interpretatie van artikel 273f eerste lid aanhef sub 6 Sr volgt dat het opzet gericht moet zijn op het voordeel trekken, en dat verdachte ten minste moet weten of redelijkerwijs moet vermoeden dat sprake is van seksuele uitbuiting.
De feiten betroffen onder meer het vervoeren en beschermen van een slachtoffer, het incasseren van geld en het controleren van werktijden onder gezag van een medeverdachte. Het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte bewust was van de uitbuitingssituatie tijdens deze handelingen. Ook de contacten met leden van criminele organisaties waren onvoldoende concreet om deelname aan die organisaties te bewijzen.
Daarom bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard voor een deel van het hoger beroep. Het vonnis werd op 22 november 2013 uitgesproken.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzet en betrokkenheid bij mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie.