ECLI:NL:GHARL:2013:7676
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van culpoze brandstichting wegens onvoldoende verwijtbare onvoorzichtigheid
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 18 februari 2012 in een woning te [plaats] een brandend of smeulend kussen op of nabij een konijnenhok had gelegd, waardoor brand ontstond en gevaar voor personen en goederen ontstond.
Tijdens de zitting bleek dat verdachte met een brandende sigaret in slaap was gevallen op de bank. Toen hij wakker werd, merkte hij dat het zitkussen smeulde en sloeg hij er een aantal keren op, waarna hij het kussen achter zijn woning neergooide zonder zich ervan te vergewissen dat het niet meer smeulde en zonder te controleren waar het kussen precies terechtkwam.
Hoewel dit handelen onachtzaam was, oordeelde het hof dat het niet voldeed aan de vereiste aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid zoals vereist voor een bewezenverklaring van schuld onder artikel 158 Sr Pro. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken. De advocaat-generaal had een werkstraf geëist, maar het hof volgde dit niet.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 oktober 2013 na behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van culpoze brandstichting wegens onvoldoende aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid.