Uitspraak
de moeder,
de stichting.
1.[belanghebbende],
de vader,
2.[belanghebbenden],
de pleegouders.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010, die sinds 2010 onder toezicht staat en sinds 2011 in een perspectiefbiedend pleeggezin verblijft. De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 24 januari 2014, stellende dat zij inmiddels een stabiele woon- en leefsituatie heeft en dat het belang van het kind primair ligt bij terugkeer naar haar.
De stichting heeft het verzoek van de moeder bestreden en benadrukt dat het perspectief van het kind bij de pleegouders ligt, mede gelet op de langdurige hulpverleningstrajecten en de hechting van het kind aan het pleeggezin. Het hof heeft alle relevante omstandigheden gewogen, waaronder het recht van het kind op stabiliteit en duidelijkheid over zijn opvoedingssituatie, zoals vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Het hof oordeelt dat ondanks mogelijke verbeteringen in de situatie van de moeder, het perspectief van het kind bij de pleegouders ligt en dat de uithuisplaatsing gehandhaafd moet blijven. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in het pleeggezin wordt bekrachtigd.