Uitspraak
de bewindvoerster,
de man,
[de vrouw],
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de afwikkeling van het aandeel van de vrouw in een stamrechtvoorziening binnen Geodesics Holding BV centraal, een holding beheerd door de man. De vrouw wenste afstorting van haar deel van de ontslagvergoeding/lijfrentevoorziening op een door haar aan te wijzen rekening ten behoeve van haar pensioenvoorziening. De man verzette zich tegen deze afstorting vanwege fiscale onduidelijkheden en mogelijke nadelige gevolgen.
Het hof overwoog dat er twee opties waren: uitbetaling van een netto bedrag waarbij de man de pensioenvoorziening behoudt, of afstorting van een bruto bedrag ten behoeve van een toekomstige pensioenvoorziening. De vrouw stelde een derde optie voor, namelijk afstorting op een stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht conform artikel 11a Wet LB.
Het hof achtte aannemelijk dat deze afstorting zonder loonheffing kan plaatsvinden mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De vrouw kreeg de gelegenheid om de omzetting te realiseren en moest binnen zes maanden een verklaring van de Belastingdienst overleggen waaruit blijkt dat geen loonheffing verschuldigd is. De man, als directeur en aandeelhouder van Geodesics Holding BV, moest vervolgens binnen een maand het bedrag van €30.296,- zonder inhoudingen overmaken.
Verder stelde het hof de verrekenings- en vergoedingsrechten tussen partijen vast en veroordeelde de man tot betaling van €77.976,66 aan de vrouw binnen 30 dagen. De beschikking werd tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de eigen kosten van het geding werden door partijen gedragen.
Uitkomst: Het hof bepaalt het aandeel van de vrouw in de stamrechtvoorziening en stelt verrekeningsrechten vast, met voorwaarden voor afstorting zonder loonheffing.