ECLI:NL:GHARL:2013:7389
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellanten [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben samen een aanzienlijke schuldenlast opgebouwd, waaronder hypothecaire leningen en boetes van het CJIB. De rechtbank wees hun verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.
In hoger beroep betoogden zij dat zij niet te kwader trouw waren en dat zij stappen hadden gezet om hun situatie te verbeteren, zoals het verkopen van hun woning en het beëindigen van bezit van voertuigen. Het hof oordeelde echter dat zij onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij te goeder trouw waren, mede vanwege het onverantwoord aangaan van financiële verplichtingen en het voortzetten van leningen terwijl zij al aanzienlijke schulden hadden.
De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de omstandigheden onvoldoende zwaarwegend waren. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende bewijs van goede trouw.