ECLI:NL:GHARL:2013:7282

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 september 2013
Publicatiedatum
30 september 2013
Zaaknummer
21-005381-13
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 OpiumwetArt. 422 SvArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van hennepbezit en -handel

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 30 september 2013 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Utrecht. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van een aanzienlijke hoeveelheid hennep, een middel als bedoeld in lijst 2 van de Opiumwet.

De verdediging voerde aan dat er sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs en meerdere vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, waardoor het recht op een eerlijk proces was geschonden. De advocaat-generaal en het hof oordeelden echter dat er geen sprake was van onherstelbare vormverzuimen en dat de verdachte niet in zijn verdediging was geschaad.

Na onderzoek van de bewijsmiddelen kwam het hof tot de conclusie dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof sprak de verdachte vrij wegens gebrek aan overtuigend bewijs.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van hennepbezit en -handel.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005381-13
Uitspraak d.d.: 30 september 2013
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 21 mei 2013 in de strafzaak met parketnummer 16-061728-13 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 september 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M. Berndsen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks [pleegdatum] te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 12392 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 2, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 31 van Pro die wet.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Verweren

Beroep op onrechtmatig verkregen bewijs
Er is volgens de raadsman sprake van meerdere vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, waardoor verdachte in zijn verdediging is geschaad. Aldus is sprake van onherstelbare vormverzuimen. De verdediging meent dat met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijk proces, hetgeen dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Opvatting van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat geen sprake is geweest van vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, dan wel dat in ieder geval geen sprake is van onherstelbare vormverzuimen. De verdachte is derhalve niet in zijn verdediging geschaad.
Oordeel van het hof
De door de raadsman aangevoerde redenen zijn geen vormverzuimen in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, noch afzonderlijk noch in onderlinge samenhang bezien, op grond waarvan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging. Het hof verwerpt het verweer.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr M. Otte, voorzitter,
mr A.W.M. Elders en mr J.P. Bordes, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden, griffier,
en op 30 september 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.