Uitspraak
Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
[verdachte],
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
De tenlastelegging
Geldigheid van de dagvaarding
BESLISSING
20 december 2013te
9.00 uur.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland heeft het hof onderzocht of de dagvaarding in eerste aanleg geldig was. Verdachte werd verweten een groot aantal afbeeldingen met seksuele gedragingen van minderjarigen te verspreiden, vervaardigen en in bezit te hebben gehad.
De verdediging stelde dat de dagvaarding partieel nietig was omdat de afbeeldingen onvoldoende feitelijk waren omschreven, waardoor niet duidelijk was welk verwijt aan verdachte werd gemaakt. De advocaat-generaal betoogde dat niet van elke afbeelding een afzonderlijke omschrijving verlangd kon worden en dat het politieproces-verbaal voldoende duidelijkheid bood.
Het hof oordeelde dat de term ‘afbeelding van een seksuele gedraging’ onvoldoende feitelijke betekenis heeft zonder nadere omschrijving. Van de 450 tenlastegelegde foto’s waren er slechts zeven met nummer aangeduid, de overige 443 waren onvoldoende feitelijk omschreven. Dit maakte het voor verdachte en het hof onduidelijk welke afbeeldingen onder welke gedragingen vielen.
Daarom verklaarde het hof de dagvaarding voor die 443 foto’s nietig. Tevens merkte het hof op dat er onduidelijkheid bestond over het exacte aantal foto’s in het dossier en de bewezenverklaring van de rechtbank. Het onderzoek werd hervat en de zaak aangehouden tot nader order.
Uitkomst: De dagvaarding wordt deels nietig verklaard wegens onvoldoende feitelijke omschrijving van 443 van de 450 tenlastegelegde afbeeldingen.