Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van het geschil in hoger beroep
€ 1.600,-(4 punten x tarief € 400,-)
€ 200,-
€ 2.895,- (2½ punten x tarief € 1.158,-)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak ging het hoger beroep over de geldigheid van een arbeidsovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde. Appellant voerde aanvullend tegenbewijs aan dat de overeenkomst vals was en niet overeenkwam met de werkelijke situatie.
Het hof nam getuigenverklaringen en schriftelijke stukken in overweging, waaronder een verklaring dat het contract was opgesteld om een lening bij de bank te verkrijgen en niet om een echte arbeidsovereenkomst te sluiten. Ook wees het hof op onlogische elementen in het contract, zoals een buitensporig uurloon en onverenigbare werktijden met het karakter van het klussenbedrijf.
De verklaringen van getuigen en bewijsstukken, zoals facturen en een VAR-verklaring, ondersteunden het standpunt dat er geen echte arbeidsovereenkomst bestond. Het hof oordeelde dat appellant voldoende tegenbewijs had geleverd om het bewijsvermoeden te ontzenuwen.
Daarmee konden de grieven van geïntimeerde die uitgingen van het bestaan van een arbeidsovereenkomst niet slagen. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van geïntimeerde af. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van geïntimeerde worden afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst vals is en niet strookt met de werkelijkheid.