Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
27 augustus 2013
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €320.000 per 1 januari 2010. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de waarde gehandhaafd. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het hof onderzocht de onderbouwing van de waarde, waarbij de heffingsambtenaar een taxatierapport en een waardematrix met referentieobjecten overlegde. Belanghebbende voerde aan dat sommige referentieobjecten niet vergelijkbaar waren en dat de verkoopprijzen niet representatief waren. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat geen inzicht was gegeven in de verrekening van verschillen tussen objecten.
Belanghebbende had zijn lagere waarde van €270.000 niet onderbouwd met voldoende bewijs. Het hof stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €300.000. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, de aanslag aangepast en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hof stelt de WOZ-waarde van de recreatiewoning per 1 januari 2010 vast op €300.000 en past de aanslag dienovereenkomstig aan.