Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
-[Kind 1], op [geboortedatum] 2006, en
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om hoger beroep tegen de opheffing van een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van twee kinderen, geboren in 2006 en 2008, die vanuit Jemen bij hun vader in Nederland wonen. De Raad voor de Kinderbescherming had de voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing ingesteld vanwege ernstige bedreiging van de gezondheid en veiligheid van de kinderen.
De rechtbank had op 8 augustus 2013 de machtiging tot uithuisplaatsing en de ondertoezichtstelling opgeheven, maar het hof oordeelt dat de wet geen steun biedt aan de opheffing van de voorlopige ondertoezichtstelling en vernietigt deze beslissing. De voorlopige ondertoezichtstelling blijft gehandhaafd tot 1 november 2013.
Het hof overweegt dat het perspectief van de kinderen ligt bij terugkeer naar hun moeder in Jemen, ondanks het negatieve reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De kinderen zijn in Jemen geboren en hebben daar tot augustus 2012 gewoond. De vader heeft niet de capaciteit geboden voor een veilige en stabiele opvoeding. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 22 september 2013 om een veilige terugkeer naar de moeder te regelen.
De beslissing is gebaseerd op het belang van de kinderen, de noodzaak van bescherming en het streven naar een stabiele en veilige thuissituatie. Het hof wijst het overige verzoek af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling blijft gehandhaafd tot 1 november 2013 en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 22 september 2013.