Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1979 gehuwd en de vrouw heeft in 2013 een echtscheidingsverzoek ingediend. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de vrouw huurder wordt van de echtelijke woning, met ingang van het moment van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers.
De man is in hoger beroep gekomen tegen de uitvoerbaarheid bij voorraad van deze beschikking en verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging. Hij stelde dat de gevolgen voor hem onherstelbaar en onevenredig zwaar zijn vanwege zijn psychische aandoeningen, waaronder een dysthyme stoornis en chronische aanpassingsstoornis, en zijn sterke binding met de woning.
De vrouw betoogde dat de situatie onhoudbaar is en zij een groter belang heeft bij voortzetting van de beschikking, mede vanwege haar lage inkomen en het vertrek van de kinderen uit de woning. Het hof overwoog dat de belangenafweging moet leiden tot schorsing indien de gevolgen voor de geëxecuteerde onaanvaardbaar zijn.
Gezien de psychische toestand van de man, zijn behandeling en het wankele evenwicht dat door de echtscheiding is verstoord, acht het hof het belang van de man bij afwachting van het hoger beroep zwaarder dan het belang van de vrouw bij onmiddellijke tenuitvoerlegging. Daarom wordt het schorsingsverzoek toegewezen.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking die de vrouw huurder maakt van de woning vanwege de onherstelbare en onevenredig zware gevolgen voor de man.