Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
2 juli 2013
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak, een vrijstaande woning met garage die op de waardepeildatum 1 januari 2010 en toestandsdatum 1 januari 2011 nog niet volledig was voltooid. De heffingsambtenaar had de waarde na bezwaar vastgesteld op €364.000, terwijl belanghebbende een waarde van €287.000 aanvoerde.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting was de taxateur van de heffingsambtenaar aanwezig, maar belanghebbende verscheen niet. Het hof heeft het dossier bestudeerd, waaronder het taxatierapport van de heffingsambtenaar, en stelde vast dat de woning op de toestandsdatum geschikt was voor bewoning ondanks dat deze nog niet geheel gereed was.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de onvoltooide staat van de woning door een lagere prijs per kubieke meter toe te passen dan bij vergelijkbare referentieobjecten. De door belanghebbende overgelegde taxatierapporten werden niet integraal ingebracht en konden daarom niet worden meegewogen. Het hof bevestigde de waarde van €364.000 en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €364.000 bevestigd.