Belanghebbende is eigenaar van twee woningen uit 1904 met een matige bouwkundige staat en bodemverontreiniging door lekkage van een ondergrondse tank bij een naastgelegen bedrijfspand. De gemeente Utrecht stelde de WOZ-waarden per 1 januari 2009 vast op €369.000 per woning, waarna belanghebbende bezwaar maakte. De rechtbank Utrecht heeft de waarden verminderd tot €326.000 per woning.
Belanghebbende stelde dat de woningen door de ernstige bodemverontreiniging onverkoopbaar zijn en dat de kosten van restsanering tot een negatieve waarde leiden. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarden niet te hoog zijn, mede op basis van taxatierapporten en verkoopgegevens van vergelijkbare woningen met bodemverontreiniging.
Het hof concludeert dat de bodemverontreiniging geen actuele gezondheidsrisico’s oplevert en dat belanghebbende niet aansprakelijk is voor saneringskosten. De heffingsambtenaar heeft een waardedruk van 25% toegepast, wat het hof als voldoende acht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.