Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:991

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
23-001451-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 266 SrArt. 267 SrArt. 5a Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belediging ambtenaar en ernstige verkeersovertredingen onder invloed

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het beledigen van een ambtenaar in functie en het rijden onder invloed met een alcoholpromillage van 500 microgram per liter uitgeademde lucht, gecombineerd met ernstige verkeersovertredingen in Amsterdam op 23 september 2022.

Het hof stelde vast dat de verdachte zich onttrok aan een politiecontrole, met hoge snelheid en onder invloed van alcohol slingerend door de binnenstad reed, meerdere verkeersregels ernstig schond, waaronder rijden over trambanen, fietspaden, tegen de rijrichting in en door rood licht. Dit gedrag bracht levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen met zich mee.

De rechtbank vernietigde het eerdere vonnis en legde een gevangenisstraf van 7 weken op, verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, en een rijontzegging van 12 maanden. Tevens werd de voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week uit 2021 tenuitvoer gelegd. De verdachte toonde geen berouw en had eerdere veroordelingen voor verkeersdelicten, wat strafverzwarend werd meegewogen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 7 weken gevangenisstraf en 12 maanden rijontzegging wegens belediging en ernstige verkeersovertredingen onder invloed.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001451-23
datum uitspraak: 14 april 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 13-242965-22 en 96-321197-20 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
31 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 september 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar,te weten [verbalisant] , agent bij de Eenheid Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "Je kankermoeder, vieze kankerhond", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2.
hij op of omstreeks 23 september 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig, (een personenauto voorzien van kenteken [kenteken] ), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 500 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;
3. primair
hij op of omstreeks 23 september 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een personenauto voorzien van kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de De Ruijterkade, en/of de Westerdokssluis en/of de Westerdoksdijk, en/of de Haarlemmer Houttuinen, en/of de Buiten Brouwersstraat, en/of de Tussen de Bogen, en/of het Haarlemmerplein, en/of de Willemsbrug, en/of de Haarlemmerweg, en/of de Van Hallstraat, en/of de Bos en Lommerweg, althans op de openbare weg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- te rijden onder invloed van alchohol (500 ug/l), en/of (vervolgens)
- te rijden met een gelet op de verkeerssituatie en/of verkeersveiligheid ter plaatse te hoge snelheid (ongeveer 100 km/uur, terwijl de aldaar toegestane snelheid 50 km/uur bedraagt), en/of (vervolgens)
- over de trambaan en/of busbaan te rijden, waarvoor het voornoemde door verdachte bestuurde voertuig los raakte van het wegdek, en/of (vervolgens),
- over het fietspad te rijden, en/of (vervolgens)
- tegen de verkeersrichting in te rijden, en/of (vervolgens)
- door rood licht te rijden,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
3. subsidiair
hij op of omstreeks 23 september 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een personenauto voorzien van kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de De Ruijterkade, en/of de Westerdokssluis en/of de Westerdoksdijk, en/of de Haarlemmer Houttuinen, en/of de Buiten Brouwersstraat, en/of de Tussen de Bogen, en/of het Haarlemmerplein, en/of de Willemsbrug, en/of de Haarlemmerweg, en/of de Van Hallstraat, en/of de Bos en Lommerweg, althans op de openbare weg,
- heeft gereden onder invloed van alchohol (500 ug/l), en/of (vervolgens)
- heeft gereden met een gelet op de verkeerssituatie en/of verkeersveiligheid ter plaatse te hoge snelheid (ongeveer 100 km/uur terwijl de aldaar toegestane snelheid 50 km/uur bedraagt), en/of (vervolgens)
- over trambaan en/of busbaan heeft gereden, waarvoor het voornoemde door verdachte bestuurde voertuig los raakte van het wegdek, en/of (vervolgens),
- over het fietspad te rijden, en/of (vervolgens)
- tegen de verkeersrichting in te rijden, en/of (vervolgens)
- door rood licht te rijden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat – op basis van de inhoud van het dossier – niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de bestuurder van de auto is geweest en dat hij daarom van het onder 2 en 3 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
Dit betoog van de raadsman wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte ook van het onder 3 primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. In dat kader heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat door de in de tenlastelegging genoemde gedragingen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.
Het hof overweegt als volgt.
Het in artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 vervatte verbod is beperkt tot gedragingen in het verkeer die bestaan in het in ernstige mate schenden van ‘de verkeersregels’. Om te kunnen beoordelen of gelet op het bewezenverklaarde gedrag waarmee de verkeersregels in ernstige mate zijn geschonden, levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, moet worden vastgesteld of dit gevaar naar algemene ervaringsregels te voorzien was. Dit vergt een beoordeling aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden van het geval, waaronder de plaats waar en het tijdstip waarop het genoemde gedrag heeft plaatsgevonden. Bij dit oordeel is van belang dat in het verkeer in het algemeen niet goed voorspelbaar is bij welke andere verkeersdeelnemers men in de nabijheid zal komen en hoe deze zullen reageren op een schending van verkeersregels. Van het duchten van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander kan daarom ook sprake zijn als het gedrag waarmee de verkeersregels in ernstige mate is geschonden, met zich brengt dat de bestuurder van het voertuig niet in staat kan worden geacht steeds adequaat te reageren op de aanwezigheid en het verkeersgedrag van andere verkeersdeelnemers.
Het hof stelt vast dat de verdachte op vrijdag 23 september 2022 omstreeks 21:00 uur, als bestuurder van een personenauto, slingerend door de binnenstad van Amsterdam reed. Een handhaver van de gemeente Amsterdam die op dat moment op een motor reed zag het voertuig rijden. Omdat hij vermoedde dat de bestuurder onder invloed van alcohol was, sprak hij twee verbalisanten aan. Deze verbalisanten hebben de verdachte naar aanleiding van zijn rijgedrag willen controleren. De verdachte heeft zich aan die controle onttrokken waarna een politieachtervolging met meerdere politievoertuigen heeft plaatsgevonden. De verdachte heeft tijdens de achtervolging door de binnenstad van Amsterdam, terwijl hij onder invloed was van alcohol, vrijwel constant met verhoogde snelheid – op sommige stukken met (meer dan) 100 km/h terwijl daar maximaal 50 km/h toegestaan was – gereden. De verdachte heeft met zodanig hoge snelheid over de verhoogde tram-/busbaan gereden dat het voertuig los van de grond kwam, het voertuig stuiterde en slingerde en de verdachte kon met moeite de controle over het voertuig behouden. Verderop stonden de rijbanen vol met verkeer dat stilstond voor rode verkeerslichten. Om dit verkeer te omzeilen is de verdachte daar het fietspad opgereden om vervolgens zonder vaart te verminderen vanaf het fietspad zijn weg te vervolgen. Bij een van de volgende kruispunten stond weer verkeer te wachten voor rood licht. Ook het tegemoetkomend verkeer stond te wachten voor rood licht. Daar is de verdachte de rijbaan van het tegenovergestelde verkeer opgereden en is hij met verhoogde snelheid langs de voertuigen die stil stonden gereden om zijn weg met verhoogde snelheid te kunnen vervolgen.
Door zich zo te gedragen heeft de verdachte de verkeersregels in ernstige mate geschonden. De verdachte reed onder invloed van alcohol en met een veel te hoge snelheid op vrijdagavond rond 21:00 uur door het centrum van Amsterdam. Door dit gedrag kon de verdachte niet in staat worden geacht steeds te anticiperen en (tijdig) te reageren op de situatie van de weg waaronder mede kunnen vallen de gedragingen van andere weggebruikers. Het hof is dan ook van oordeel dat het naar algemene ervaringsregels te voorzien was dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was. De verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.
Het tot vrijspraak van het onder 3 primair ten laste gelegde strekkende verweer wordt dan ook verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 23 september 2022 te Amsterdam, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] , agent bij de Eenheid Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: “Je kankermoeder, vieze kankerhond”.
2.
hij op 23 september 2022 te Amsterdam, als bestuurder van een motorrijtuig, (een personenauto voorzien van kenteken [kenteken] ), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 500 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
3.primair
hij op 23 september 2022 te Amsterdam, als bestuurder van een voertuig (een personenauto voorzien van kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de De Ruijterkade, de Westerdokssluis, de Westerdoksdijk, de Haarlemmer Houttuinen, de Tussen de Bogen, het Haarlemmerplein, de Willemsbrug, de Haarlemmerweg en de Bos en Lommerweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- te rijden onder invloed van alcohol (500 ug/l), en
- te rijden met een gelet op de verkeerssituatie en/of verkeersveiligheid ter plaatse te hoge snelheid (ongeveer 100 km/uur, terwijl de aldaar toegestane snelheid 50 km/uur bedraagt), en
- over de tram-/busbaan te rijden, waarvoor het voornoemde door verdachte bestuurde voertuig los raakte van het wegdek, en
- over het fietspad te rijden, en
- tegen de verkeersrichting in te rijden, en
- door rood licht te rijden,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
Wat onder 1, 2 en 3 primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (500 microgram).
Het onder 3 primair bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 primair bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 51 dagen, waarbij rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden.
De raadsman heeft het hof in het kader van de strafoplegging verzocht om rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn en om bij bewezenverklaring te volstaan met het opleggen van een taakstraf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich – terwijl hij onder invloed was van alcohol – opzettelijk zodanig in het verkeer gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate zijn geschonden. De verdachte heeft zich – onder andere – onttrokken aan een controle door de politie, (veel) te hard en slingerend door de binnenstad van Amsterdam gereden, meermalen door rood gereden en tegen de verkeersrichting in gereden. Met de in de bewezenverklaring opgenomen reeks aan verkeersovertredingen en het rijden onder invloed heeft de verdachte de verkeersveiligheid zeer ernstig in het gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer op grove wijze veronachtzaamd. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van een politieagent door hem uit te schelden. De verdachte heeft daarmee de agent in zijn eer en goede naam aangetast. Daarbij getuigt de belediging van een gebrek aan respect en maakt de belediging ook inbreuk op het gezag van de politie in het algemeen.
Alles afwegende en mede gelet op straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van acht weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden passend en geboden. Bij het bepalen van deze straffen heeft het hof de volgende strafverzwarende omstandigheden mee laten wegen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep geen openheid van zaken gegeven, geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en er geen blijk van gegeven het verwijtbare van zijn handelen in te zien. Daar komt bij dat uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 maart 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor verkeersdelicten.
Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in hoger beroep is overschreden. De verdachte heeft immers op 10 mei 2023 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof op 14 april 2026 arrest wijst. Daarmee is in hoger beroep de redelijke termijn met elf maanden overschreden. Om die reden zal het hof de op te leggen gevangenisstraf van acht weken matigen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven weken. De ernst van de feiten staat aan een andere strafoplegging in de weg.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 september 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.
De raadsman heeft het hof – bij toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging – verzocht om de gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf.
Gebleken is dat de verdachte zich op 23 september 2022, en dus voor het einde van de proeftijd, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van de regeling omtrent voorwaardelijke straffen en de daarbij behorende algemene (en bijzondere) voorwaarden, is
essentieel dat overtreding van deze voorwaarden niet vrijblijvend is en dat daaraan gevolgen worden verbonden. Dat dient ook in deze zaak te gebeuren en daarom zal de tenuitvoerlegging van de genoemde voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet geen reden de gevangenisstraf om te zetten in een taakstaf.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2 en 3 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) weken.
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 en 3 primair bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van
15 september 2021, parketnummer 96-321197-20, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. V.J.M. Goldschmeding en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 april 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.