Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
4 november 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank).
3.De feiten
8 januari 2026 behandeld. Bij beschikking van 27 januari 2026 heeft dit hof in het door de vader ingestelde principaal hoger beroep de bestreden beschikking bekrachtigd voor zover de rechtbank het verzoek tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring daarvan heeft afgewezen. Het hof doet in het incidenteel hoger beroep van de die zaak gelijktijdig uitspraak met deze zaak.
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
juli 2019 is bij verschillende beschikkingen bepaald dat onder regie van de GI via hulpverleningstrajecten moet worden gewerkt aan contactherstel tussen [minderjarige] en de vader en heeft de GI in dat kader een schriftelijke aanwijzing aan de moeder gegeven, maar is er nooit structureel contact tussen de vader en [minderjarige] tot stand gekomen. De vader is in 2022 naar [plaats C] verhuisd, waar hij met zijn partner en twee dochters woont. [minderjarige] en de vader hebben elkaar in 2023 voor het laatst gezien.